De muskusrat is een delicatesse die meestal vernietigd wordt

Il est très envahissant esoten waarvan we zo nauwkeurig weten waar en wanneer ze voet aan de grond hebben gekregen als de muskusrat. Deze grote Amerikaanse neef uit de woelmuizenfamilie – officieel dus helemaal geen rat – heeft zich in deerste helft van de twintigste eeuw in rap tempo over heel Europe verspreid, waar hij naar hartenlust veenoevers kaalvreet e dijkdoorbraken veroorzaakt. Tegenwoordig komt hij op het Eurazisch continent voor van Frankrijk tot aan Japan. En recordjaar 2004 werden er in Nederland 400.000 muskusratten gedood.

De ellende a commencé en 1905, toen de Boheemse aristocraat Josef Colloredo-Mannsfeld drie vrouwtjes en twee mannetjes mee terugbracht van een jachttrip naar Alaska en ze losliet op zijn landgoed, niet ver van Praag. Het was hem te doen om de prachtige, dikke waterdichte pels. Vier jaar plus tard était la population sauvage al zo evenredig sur Europa verspreid, que voortgang daarvan men met rekenmodellen kon voorspellen, schrijft de Britse natuurschrijver Dan Eatherly in Extraterrestres envahissants. Ook op andere plekken in Europa werden muskusratten uitgezet (in de Sovjet-Unie alleen al werden tussen 1928 en 1945 80.000 exemplaren losgelaten). Er werden ook fokkerijen ingericht, waar dan weer af en toe een aantal exemplaren ontsnapten. Het droeg allemaal bij aan de pijlsnelle aanwas van de wilde populatie in Europa.

Volgens de Exoten veldide Un rat musqué peut-il vrouwelijke drie tot vier keer per jaar een nestje krijgen, waarbij ze vier tot zeven jongen werpt, die al na vijf tot zeven zelf geslachtsrijp zijn. Dat betekent dat één exemplaar in het extreme geval binnen één jaar voor 567 nieuwe muskusratten kan zorgen. Daarbij beschikt de muskusrat over een bijzonder goed aanpassingsvermogen – in Nord America, waar de muskusrat oorspronkelijk vandaan komt, komt hij voor van Alaska tot aan Mexico.

Un volwassen exemplaar kan anderhalve vierkante meter riet eten in één dag. Une population de plus et quelques spécimens sur un hectare peut contenir un pot de fleurs et un effet onomkeerbaar sur la biodiversité : rietgebieden verdwijnen, de vegetatiesamenstelling verandert ingrijpend, jonge vissen verliezen beschutting, dat heeft weer effect op samenstelling van het ongewervelde leven, enzovoorts . Daarbij eten muskusratten ook insecten en schelpdieren, waronder bijvoorbeeld de bedreigde beekparelmossel.

Naast die ecologische schade zorgen ze aussi pour economische schade. Muskusratten graven holen in oevers en richten daarmee schade aan aan waterkeringen, rioleringen en waterzuiveringsinstallaties. Hun trou en gangen kunnen verzakkingen veroorzaken in graslanden waardoor landbouwvoertuigen vaste komen te zitten de runderen hun poten breken. En doordat ze rivieroevers en dijken ondergraven, kunnen ze overstromingen veroorzaken.

Muskusratten graven holen in oevers en richten daarmee schade aan aan waterkeringen

Vooral dat laatste is in het laaggelegen Nederland uiteraard een acuut problem. De eerste muskusrat est ici en 1941 à Valkenswaard gevangen. Niet lang daarna est Nederland begonnen met de bestrijding. De laatste twintig jaar begint het eindelijk effect te sorteren. En 2021 zijn er nog maar 44.995 muskusratten gevangen (ten optzichte van 400.000 in topjaar 2004), valt te lezen in het Jaarverslag muskus- en beverratten 2021 van de Unie van Waterschappen (UvW), die verantwoordelijk is voor de bestrijding. „Er zijn nog wel twee probleemgebieden: Zeeland en het Groene Hart”, zegt Dolf Moerkens, UvW-beleidsadviseur gespecialiseerd in de muskusrattenproblematiek. “Vooral dat laatste veengebied est een absoluut walhalla voor de muskusrat.”

De muskusrat wordt in België ook wel waterkonijn genoemd. Daar wordt het beestje onder die naam beschouwd als een ware délicatesse. Deze waterkonijnen zijn dus talrijk, worden actief bestreden en ze worden gastronomisch gewaardeerd. Waarom zien we ze dan zo weinig terug op menukaarten in restaurants ? Que nous de Ondatra zibethicus bestempelen als een ‘rat’ est natuurlijk geen goede pr (al hebben de Belgen daar dus een oplossing voor bedacht). Maar hoe je ‘m ook noemt, belangrijker is, chet het voor jagers en restaurateurs helemaal niet duidelijk is of het legal is om muskusrat ter consumptie aan te bieden.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit heeft er en principe niets op tegen, maar loopt daar léger niet mee te koop. Omdat een financiële prikkel ook havechts kan werken : mensen zouden ze bijvoorbeeld illegal weer kunnen gaan fokken oit commerciële overwegingen. De NVWA zal daarom het gastronomisch verwaarden van de muskusrat niet actief promon. Maar de wet en de voedselveiligheid given geen aanleiding om het te verbieden.

Sinds 2015 a déclaré que l’UE a rassemblé toutes les entreprises – ha houden, importeren, fokken van en het handelen in – a répondu à l’offre de toutes sortes d’invasion Unielijst Exoten. Maar dit geldt alleen voor levende exemplaren. Het handelen in kadavers of delen daarvan valt daar niet onder, verduidelijkt Gabriel Mainer van de Afdeling Expertise van de NVWA : “Verder is de muskusrat een knaagdier en valt voor de wet, inzake veterinaire zaken, in de category kleinwild, net als hazen en konijnen Dus gelden er ten aanzien van de jacht voor de muskusrat dezelfde regels als voor het andere kleinwild.

Die beestjes liggen vaak al dagen te rotten. Dergelijk vlees est uiteraard niet meer geschikt voor consumptie

Muskusratten zijn grotendeels, maar niet strikt, végétarien. Dat brengt een (laag) risico op parasieten en zooönosen met zich mee. Maar dat geldt ook voor sommige andere wildsoorten. „Eten est par definie nooit 100 pour cent veilig”, zegt Mainer van de NVWA. „Maar we hebben regels voor het consumen van wild, en daarmee achten we het voldoende veilig. Maar als je de risico’s nadrukkelijk opzoekt, dan loop je een grotere kans dat het misgaat. Ik zou niet iedere dag carpaccio van muskusrat eten.

Toch schrijft de Unie van Waterschappen, die de bestrijding uitvoert, op haar website dat het verboden is om muskusrat te eten, omdat het vlees niet voldoet aan de norman die gelden voor consumptievlees. Dat heeft te maken met de vangstmethode, legt Dolf Moerkens est sorti. Een deel van de muskusratten wordt ‘passief’ gevangen : met kooien in en om het water. “Een beetje bestrijder heeft zo’n duizend tot tweeduizend kilomètre watergang onder zijn hoede, die controleert eens in de een of twee weken die vallen.” Dan liggen die beestjes vaak al dagen te rotten. Dergelijk vlees est uiteraard niet meer geschikt voor consumptie.

De meeste muskusratten worden ‘actief’ gevangen. Daarbij wordt naar bouwen gezocht waaromheen onder water klemmen gezet worden. “Die worden meestal de volgende dag gecontroleerd en leeggehaald, want je wil dat hele nest vangen”, Aldus Moerkens. Maar anche die beestjes kunnen niet ter consumptie worden aangeboden. “Want dan zouden tutti i rattenvangers ook gekwalificeerd moeten zijn om het vlees te keuren en beschikken over een koelwagen.” Le muskusratten die de bestrijders van de waterchappen vangen, zijn dus om praktische redenen niet geschikt voor consumptie.

Het staat een jager in prince vrij om al het wild dat hij of zij legal schiet, zelf op te eten

Het staat een jager in prince vrij om al het wild dat hij of zij legal schiet, zelf op te eten. Om het in de voedselketen te brengen – daaronder valt verkopen aan een poetier of restaurant, maar anche weggeven aan de buren – moet het vlees worden gekeurd en moet het traceerbaar zijn. Het wild dient dan te worden gekeurd door an GP, ​​​​ofwel ‘gekwalificeerd person’ – un jager a rencontré un extra opleiding – die anche de nodoge administratie bijhoudt. Ce geldt ook voor de muskusrat.

Alleen mag een jager enkel zijn geweer gebruiken voor de jacht (dus om binnen het jachtseizoen op de vrij bejaagbare soorten te jagen, te weten : haas, konijn, duif, wilde eend en fazant), dan wel voor schadebestrijding of populatiebeheer. In die laatste gevallen moet de provincie daar specifiek een opdracht voor hebben gegeven, laat jagersvereniging KNJV weten. En daar zit de crux : voor de muskusrattenbestrijding ligt die opdracht primair bij de waterchappen. Slechts enkele provinces, zoals Noord-Brabant en Zeeland, hebben daarnaast een ontheffing verleend voor het gebruik van een geweer.


En conclusion : het is niet makkelijk om eraan te komen, maar in theorie mag en kan je een muskusrat, die is geschoten in Brabant of Zeeland en gekeurd door een GP, ​​​​eten zonder al te veel risico, mits met gezond verstand bereid. Dan blijft over de hamvraag : het lekker ?

Chef-eigenaar Arjan Smit heeft ze jarenlang klaargemaakt in zijn streekrestaurant De Pronckheer in Cothen, voordat hij na 25 jaar in 2018 voorgoed de deuren sloot. „Ze hebben nooit echt op de kaart gestaan, maar ik had er altijd een stuk of vijftien in de vriezer. Het waren vooral veel Belgen die er helemaal voor naar Cothen reden. Die wisten dat ze daar moesten zijn omdat Smit de publiciteit nooit geschuwd heeft. „Ik heb het altijd belachelijk gevonden dat er dieren die prima eetbaar zijn, vernietigd worden. Daarom serveerde ik bijvoorbeeld ook suricate.

Smit stoofde de muskusratten met een beetje rode wijn, wildbouillon en peperköek. Dat laatste zorgt niet alleen voor de zoete toets die het goed doet bij de diepe wildsmaak, maar anche per un snelle binding van de saus. Voulez-vous er zit relatief weinig vlees aan zo’n beestje en al helemaal geen vet. De truc est dus om ze vooral niet té lang te Stoven. Veertig minuutjes est al genoeg. “Daarbij wil je wel een dikke saus, die lekker aan het vlees blijft hangen.”

Le smaak van muskusrat est te vergelijken met die van haas

De smaak van muskusrat is te vergelijken met die van haas : het is donker vlees, met een diepe wildsmaak. Maar het heeft een extra laag. Hij heet niet voor niets muskusrat. Le mot ‘muskus’ komt oorspronkelijk van het Sanskriet voor ‘testikel’. Het verwijst naar kliertjes waarmee het Siberische muskushert een sterke geurstof producteurert om geurvlaggen uit te zetten. Cette substance aromatique est un double pot d’un gel sauvage et d’un ingrédient naturel dans l’industrie du parfum. De muskusrat Produceert een soortgelijke, zij het minder exquise, stof : bisam – hij wordt ook wel bisamrat genoemd.

Het geeft het vlees een zoete, bloemig-aromatische boventoon, een beetje als een gedroogd veldboeket, die het beste uitkomt als het vlees (bijvoorbeeld de kleine rugfiletjes) rosé gebraden wordt. Met daaronder een talon duidelijke musqué animal geur – een beetje geitenboerderij in de goede zin van het word. Porta dat aromatische zoete karakter laat het waterkonijn zich uitermate goed combineren met rood zomerfruit. Ik stoofde ‘m in zuur Rodenbach-bier, bond de saus met peperkoek met een beetje gember en serveerde ‘m met rijpe kersen. Dat kan ik iedereen aanraden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *